Ewald Pironet
Ewald Pironet
Senior writer van Knack
Opinie

01/06/11 om 11:13 - Bijgewerkt om 11:13

Arm Vlaanderen

Ondanks mooi klinkende actieplannen blijft armoede een groot probleem in onze samenleving. Steeds meer kinderen worden geboren in een kansarm gezin, en een job is geen zekerheid meer om aan de armoede te ontsnappen.

Een op de twaalf kinderen wordt in het rijke Vlaanderen geboren in een kansarm gezin - staan we daar wel eens bij stil? Wat het zo mogelijk nog erger maakt, is dat dit aantal de laatste tien jaar is verdubbeld, terwijl Vlaanderen tegen 2020 de kinderarmoede wil halveren. Dat blijkt uit de nieuwe cijfers van de Armoedebarometer voor Vlaanderen, die vorige week gepresenteerd werden het Centrum OASeS van de Universiteit Antwerpen Dit keer was er extra aandacht voor de kinderarmoede en dat mag zeker, want het is niet alleen bijzonder schrijnend dat kinderen, die daar zelf helemaal niets aan kunnen doen, in armoede worden geboren en opgevoed, maar bovendien blijkt dat ze zich later nog maar moeilijk uit die armoede kunnen worstelen.

De cijfers zijn stuitend. Meer dan 10 procent van de Vlaamse bevolking heeft een inkomen onder de armoedegrens. Meer dan 8 procent van de kinderen in Vlaanderen wordt geboren in een kansarm gezin. 6 procent van de kinderen groeit op in een gezin zonder inkomen uit betaalde arbeid.

Die cijfers zijn op zich al onthutsend, de gevolgen doen je echt slikken, want armoede is veel meer dan alleen maar geldgebrek. Van de gezinnen met kinderen stelt een op de tien gezondheidszorg uit om financiële redenen. Een op de vijf kan zich geen week vakantie met de kinderen weg van huis veroorloven. Steeds meer mensen moeten schulden aangaan om basisbehoeften te betalen, zoals gas, elektriciteit, water, huur. Een op de vijf jongens verlaat het middelbaar onderwijs zonder diploma. En we weten dat een 25-jarige man nog gemiddeld 46,3 gezonde jaren te leven heeft als hij hooggeschoold is, als hij laaggeschoold is maar 36,7 jaar. Een verschil van bijna tien jaar.

Meer dan één op de twintig kinderen groeit dus op in een huishouden zonder werk. De financieel-economische crisis duwde natuurlijk extra mensen in de armoede. Heel wat banen zijn gesneuveld, en de vraag is of ze met het aantrekken van de economie zullen terugkomen. Meer dan 15 procent van de jongeren is werkloos, een stijging van 5 procentpunt in vergelijking met vorig jaar. En dat terwijl we weten dat werk nog altijd de beste manier is om aan armoede te ontsnappen. Al is dat ook al geen absolute zekerheid meer, want het is tegenwoordig de kwaliteit van een baan die daarbij doorslaggevend is. Meer dan 3 procent van de werkenden krijgt een loon dat onder de armoedegrens ligt. Ja, de werkende arme bestaat.

Die vaststelling impliceert dat het activeringsbeleid om mensen aan het werk te krijgen noodzakelijk is en blijft, maar niet voldoende is. Er moeten meer mensen aan de slag, om talloze redenen, bijvoorbeeld om onze pensioenen te helpen betalen, maar ook in de strijd tegen armoede. En dan gaat het het liefst om kwalitatieve jobs. Daarvoor moet de overheid, samen met de werkgevers en werknemersvertegenwoordigers, de juiste initiatieven nemen. Vlaanderen moet dus ook om die reden investeren in onderwijs, bijscholing, sociale woningen, zorg, kinderopvang enzovoort. Dat staat ook allemaal in het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding, maar het ontbreekt er aan timing en budgetten. Het is dan ook te vrezen dat de talloze vrijwilligers die in alle stilte in armoedeverenigingen werken om de grote gaten in het beleid te dichten daar nog lang zullen nodig zijn.

De Armoedebarometer 2011 is te vinden op http://www.decenniumdoelen.be/documenten/dcd-rapport-a4_20113.pdf

Ewald Pironet

Onze partners