Frank Albers
Frank Albers
Frank Albers is essayist.
Opinie

10/08/10 om 10:42 - Bijgewerkt om 10:42

Achterbank

De achterbank zingt liedjes mee die ik niet ken, praat over idolen van wie ik nooit heb gehoord, gebruikt woorden of uitdrukkingen die mij vreemd zijn.

Het waren de jaren van oranje en bruin, wij reisden door Zuid-Engeland en ik was ontzettend zeventien. 'Balen' zei je toen nog niet, maar je deed het wel, zeker op de achterbank van een wiegende DS waarin je ouders altijd vooraan zaten en alles beslisten, wanneer je stopte, waar je sliep, wat je bezichtigde en wat niet. Zo ver van je vrienden, zo ver van je kamer met de wierookkegeltjes en de posters van Alice Cooper en The Sweet, met alleen maar die twee oude mensen voor je en naast je twee kleine kinderen die uiteraard niets begrepen van de zweren in je ziel. Zo ver ook van alle verdroomde, in druipkaarsenlyriek bezongen lieven. Email was toen nog glazuur en wie www zei een stotteraar.

Balen werd lijden toen ik onderweg te weten kwam dat een van de volgende dagen ergens in Zuid-Engeland en dus in de buurt van waar wij waren de Rolling Stones zouden optreden. Niet zomaar een groepje, de Rolling Stones papa! Daar moesten en zouden we toch heen rijden zeker. Geen sprake van, zeiden piloot en copilote eendrachtig. Waarom had ik geen moderne ouders? Een beetje hedendaagse volwassene begreep toch dat - niets van. Vastberaden kachelden zij verder tussen de schapen van Devon, op naar het zoveelste pittoreske kutdorp. (Zeiden wij kutdorp?) Wij reden in stilte, tussen voor- en achterbank gaapte een grand canyon van wederzijds onbegrip.

Helemaal ondraaglijk werd het toen wij een chopper tegenkwamen die het ultieme geluk vervoerde: een langharige kerel, bij de lendenen vastgegrepen door een wapperende blondine, allebei in spijkerpak en laarzen. Die waren ongetwijfeld onderweg naar het concert van de Rolling Stones en die gingen daarna ongetwijfeld ergens buiten in de zoele nacht de sterren van de hemel vrijen en die konden en mochten dat omdat ze toevallig wat ouder waren dan ik en niet van die bekrompen ouders hadden, hoe unfair kon de wereld zijn? De chopper was beladen met kampeergerei, aan de zadelleuning - waarom onthoudt een mens zoiets? - bungelde een gamel. Een gamél! Ik had Woodstock niet meegemaakt, de film niet gezien, was nooit naar Jazz Bilzen geweest, maar o, o, die gamel ontketende visioenen van de hemel op aarde: een groot kampeerterrein, iedereen blowend en bloot, koken op vuurtjes voor de tent, gitaren, drank en seks à volonté. Daar zweefden deze twee nu op een chopper heen. Als een robot reed mijn vader hen voorbij. Ons wachtten hotelkamers in een lieflijke baai in St Mawes, vlakbij Land's End, die naam leek me alvast niet slecht gekozen.

Fast forward. Een andere auto in een ander land in een andere tijd. Ik zit nu vooraan. De achterbank zingt liedjes mee die ik niet ken, praat over idolen van wie ik nooit heb gehoord, gebruikt woorden of uitdrukkingen die mij vreemd zijn. Iets is gemaan goed of helemaal gefaald, een sukkel is een mucht (zeg 'musjt') of een shmet ('sjmet'), wie tript of rare dingen zegt is aan het flashen. De stopwoorden van nu: 'te nice'. Of: 'zot nice'. Of: 'vet strak'. En alles wat verrukkelijk is, heet 'zalig'. Zij gebruiken ook begrippen waarvan ik me geen twintigste-eeuwse equivalenten herinner: een aantrekkelijke moeder van een vriendje of een vriendinnetje is een milf (mother I'd like to fuck). En 'muilen' is ook niet meer wat het was, gekke bekken trekken of pruilen, maar betekent volgens hen tongzoenen. Je kunt dus zeggen: daar staan twee milfen te muilen? De achterbank gniffelt bevestigend. Een mens leert wat onderweg.

Zo reden wij, samen en niet samen, door de tegenwoordige tijd. Ik dacht aan 'De wolken' van Martinus Nijhoff en vroeg me af of er wel zoveel veranderd is in het leven op de achterbank. Alice Cooper heet nu Lady Gaga, de wierookkegeltjes werden waterpijpen, maar klein is het verschil tussen het blauw van het dunne luchtpostpapier waarop ik mijn verre vrienden brieven schreef en het blauw van hun Facebook, dat alsmaar uitdijende logboek van virtueel papier waarin zij dagelijks hun verlangens en hun verveling uiten, en de dromen dromen die ik ooit in een bungelende gamel voorbij zag vliegen.

Frank Albers

Onze partners