Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

16/12/11 om 16:35 - Bijgewerkt om 16:35

Aan de verkeerde kant van de kloof...

De Vlaamse overheid moet in het Brussels Nederlandstalig onderwijs veel sterker aanwezig zijn. In eerste instantie moet er een performant en assertief taalbeleid worden ontwikkeld, gericht op maatschappelijke integratie en tewerkstelling.

Ooit klom Richard Pryor het podium op en proclameerde met diepe stem: "My name is Richard Pryor. I'm a negro. I didn't tell anyone till I was eight years old." De man wist zijn 'handicap' lang te verbergen...

In Brussel loopt een hele generatie Richard Pryor's rond die slecht is opgeleid, vaak geen diploma heeft en eentalig is. Ze zijn de dupe van een onderwijssysteem dat niet aangepast is aan de noden van hedendaagse Brusselse omgeving. Ze worden daarbij veel te weinig gestimuleerd om hun lot in eigen handen te nemen.

Allochtone en laag geschoolden in Brussel lopen een groot risico om maatschappelijk geïsoleerd te raken. Ruim een kwart van de bevolking leeft er onder de armoedegrens. Meer dan een derde van de Brusselse jongeren groeit op in een gezin zonder inkomen uit werk.

Het Brusselse armoederapport maakt gewag van een bijzonder onrustwekkende schoolachterstand bij de schoolgaande jeugd. Er is duidelijk een Brusselse versie van apartheid in de maak. De getto's zijn er al. De sociale breuklijn in Brussel is meer dan ooit actueel en wordt steeds verder uitgediept.

Ik geef les in een 'zwarte' school. Het is zeker niet correct te stellen dat scholen met meer allochtone leerlingen geen goede onderwijskwaliteit kunnen leveren. Er zijn genoeg scholen die ruim het tegendeel kunnen bewijzen. Maar anderzijds valt moeilijk te ontkennen dat de kloof tussen de schoolprestaties van de eerste generatie- en de tweede generatiemigranten en die van de autochtonen tot de grootste van Europa behoort. De helft van de Brusselse jongens begint het middelbaar onderwijs met een jaar achterstand. Een kwart van hen verlaat het onderwijs zonder diploma.

De kern van het probleem is de hybride, gefragmenteerde omgeving waarin de Brusselse scholen moeten functioneren en het gebrek aan krachtdadig beleid van de Brusselse en Vlaamse overheid om de penibele sociaaleconomische situatie waarmee heel wat nieuwkomers worden geconfronteerd, aan te pakken.

De schoolgaande jeugd heeft een duidelijk referentiekader nodig met een mainstreamcultuur waar ze zich kunnen naar richten. De Vlaamse overheid moet in het Brussels Nederlandstalig onderwijs veel sterker aanwezig zijn. In eerste instantie moet er een performant en assertief taalbeleid worden ontwikkeld, gericht op maatschappelijke integratie en tewerkstelling. Momenteel wordt dat meestal op het niveau van de scholen georganiseerd, waardoor het in een goed bedoeld amateurisme blijft steken.

De middelbare scholen moeten de mogelijkheid krijgen om het studiecurriculum aan te passen in functie van de taalkundige noden van de leerlingen, en dus meer uren Nederlands kunnen voorzien. Ook moet de mogelijkheid worden gecreëerd om taalbadstages in het Vlaamse onderwijs te organiseren.

Er moet meer kwalitatieve Nederlandstalige buitenschoolse opvang worden voorzien. Ook dient er veel meer in schoolopbouwwerk te worden geïnvesteerd. Dit is het perfecte instrument om te zorgen voor structurele banden en kruisbestuiving tussen scholen, ouderverenigingen, jeugdverenigingen, zelforganisaties, ... en voor het dichten van de kloof tussen ouders, buurt en school. Ideaal gesproken zorgt het schoolopbouwwerk voor het verzorgen en vergemakkelijken van contacten tussen scholen en ouders, voor het leggen van de link tussen het thuismilieu, de school, het straatmilieu, de recreatieve sfeer, voor de begeleiding van leerlingen en voor de opvang van problemen in verband met spijbelen, veiligheid, drugs, enz. Er moet daarenboven werk gemaakt worden van een gestuurd inschrijvingsbeleid dat de sociale mix in de verschillende scholen bevordert.

Op de vraag hoe het allemaal zo is kunnen scheefgroeien, antwoordde Luckas Vander Taelen onomwonden dat we te bang zijn geweest om onze waarden aan allochtonen op te dringen. Dat is zeker waar, maar we vergeten erbij te zeggen dat ze daarvoor eerst vlot onze taal moeten kunnen spreken.

Julien Borremans is leerkracht in het Brussels onderwijs


Stefaan Hublou, publicist, gewezen godsdienstleraar

Onze partners