25 jaar na het geweld op Rodney King: De tevergeefse strijd tegen politiegeweld en racisme in Amerika

03/03/16 om 16:52 - Bijgewerkt om 16:54

Precies 25 jaar geleden werden de beelden van politiegeweld op de zwarte Rodney King uitgezonden op de Amerikaanse zender ABC. Het collectieve ongeloof leidde tot de grootste rassenrellen uit de Amerikaanse geschiedenis. Allemaal tevergeefs blijkt uit recente ontwikkelingen.

25 jaar na het geweld op Rodney King: De tevergeefse strijd tegen politiegeweld en racisme in Amerika

© AP

3 maart 1991, amateurbeelden van de Afro-Amerikaanse taxichauffeur Rodney King die in mekaar wordt geslagen door vier blanke politieagenten van Los Angeles worden uitgezonden op de Amerikaanse zender ABC. King overleeft meer dan vijftig matrakslagen van de agenten. De uitzending leidt tot ongeloof bij velen. Die verontwaardiging maakt het jaar nadien plaats voor pure furiositeit wanneer de agenten worden vrijgesproken. Resultaat: de grootste rassenrellen ooit in de VS met als balans 53 doden en meer dan tweeduizend gewonden.

Het duurt niet lang vooraleer de overheid gedwongen wordt de gemoederen te bedaren. Toenmalig president George W. Bush senior start een federaal onderzoek dat twee agenten schuldig bevindt aan opzettelijke geweldpleging. King wordt nadien uitgeroepen tot volksheld en symbool van gerechtigheid, tot zijn eigen misnoegen. De uitspraak van het federaal gerechtshof lijkt de eerste stap naar een Amerika zonder politiegeweld en verdeeldheid. Utopie blijkt nu door de meer recente gebeurtenissen in Ferguson, New York en Cleveland.

Grote kuis

Pas negen jaar na de beelden van King, in 2000, herorganiseren de federale autoriteiten op grote schaal de politiediensten van Los Angeles. De corruptie en straffeloosheid binnen het korps worden aangepakt. Vanaf de aanstelling van William Bratton als politiecommissaris in 2002 zijn er verbeteringen zichtbaar. Op zeven jaar tijd zorgt Bratton ervoor dat er meer diversiteit is binnen het korpsen, zodat die de gemeenschappen beter vertegenwoordigen. Met als gevolg een drastische verlaging in gewelddadige criminaliteit. Opvolger Charlie Beck breidt het beleid uit wanneer hij in 2009 aangesteld wordt.

Politiecommissaris Beck komt echter onder vuur te liggen in 2014 wanneer Ezell Ford - een zwarte man die de diagnose bipolair en schizofrenie kreeg - wordt doodgeschoten tijdens een arrestatie. De politiecommissie van Los Angeles komt tot het besluit dat er geen enkele reden was om de man te arresteren. Het ongenoegen laait opnieuw op en de inwoners eisen het ontslag van Beck.

Een uit een dozijn

Los Angeles is niet de enige staat die wordt geplaagd door uitzonderlijk politiegeweld. Ook Missouri, met name Ferguson, krijgt te maken met soortgelijke voorvallen. Michael Brown wordt in 2014 doodgeschoten door een blanke agent na een ongewapende overval op een buurtwinkel. De schietpartij zorgt voor heel wat onrust in de stad, zeker wanneer de agent in kwestie de vrijspraak krijgt. Om de rellen aan te pakken, schakelt de overheid militairen in. De harde aanpak kan niet rekenen op veel steun.

Datzelfde jaar verschijnen de beelden van Eric Garner online. Een zwarte man wordt ervan verdacht illegale sigaretten te verkopen op straat in New York. Een zevental agenten pakken Gartner hardhandig aan en werpen hem op de grond met een wurggreep. De man sterft door verstikking, zelfs na elf keer aan te geven dat hij geen lucht krijgt. 'I can't breathe' wordt de typerende slogan van de manifestaties in New York. Niet een van de betrokken agent krijgt een straf opgelegd.

De stad Cleveland van Ohio blijft ook niet gespaard van gelijkaardige drama. De twaalfjarige Tamir Rice speelt met een Airsoft-pistool in een park. Een getuige doet een oproep naar de politie en meldt dat er een jongen mensen lastig valt met een pistool. Hij voegt eraan toe dat het waarschijnlijk om een replica gaat. Twee agenten komen ter plaatse, waarvan een het vuur opent. De jongen sterft de dag nadien in het ziekenhuis door een schotwonde in de borst. In 2015 werden beide agenten vrijgesproken.

Lakse houding

De Amerikaanse justitie treedt milderder op in deze zaken aangaande dodelijk politiegeweld. Dat staat in schril contrast met de rechtszaak van King in 1992. Zo is er in het geval van Brown, Garner of Rice geen sprake van een federaal onderzoek of is er nog steeds niet duidelijk over gecommuniceerd. Andere dossiers aangaande soortgelijk geweld in de VS stapelen zich op. In 2015 alleen al hebben de Amerikaanse politiediensten minstens 102 ongewapende Afro-Amerikaanse burgers gedood. Slechts negen agenten uit deze dossiers worden berecht voor een misdaad.

Momenteel doet de Amerikaanse regering aan een wanhopige inhaalbeweging: begeleiding in omgaan met mentaal zieken voor agenten, demilitarisering van de politiediensten, minder dodelijke dienstwapens, bodycams, ... Het kwaad is echter al geschied. Het wantrouwen in de politie en de rassenproblematiek zijn nog steeds prominent aanwezig onder de bevolking. Uit een recente studie van de Harvard Institute of Politics blijkt dat zo'n vijftig procent van de Amerikaanse jeugd de politiediensten wantrouwt. Bij de zwarte bevraagden loopt dat cijfer op tot 66 procent.

In 2015 alleen al stierven in totaal meer dan 1.100 mensen door politiegeweld in de VS. Volgens cijfers van The Guardian maakt een Afro-Amerikaan dubbel zoveel kans om gedood te worden door een agent dan alle andere rassen.

(JG)

Onze partners